Kerstoverpeinzingen
december 1999

Hoewel kerst in de eerste plaats natuurlijk een van de meest feestelijke gebeurtenissen in het jaar is, dwingen die laatste 5 dagen aan het eind van het jaar bijna iedereen wel tot een soort melancholisch overpeinzen van het afgelopen jaar. En als het dan ook nog eens de laatste kerst is van de eeuw of zelfs van het millennium, dan komt niemand meer onder een of andere vorm van terugblikken uit. Het fin de siècle gevoel druipt af van al die retro mode, muziek en programma’s die je ziet. 

Bijna alle muziekprogramma’s hebben wel een of andere top honderd aller tijden. Bij TMF mag je jouw eigen top 3 van beste platen van dit millennium opsturen. Van de afgelopen duizend jaar dus. Maar… Er moet wel een clip bijzitten! Daar baal ik nou van, want nu kan ik die tophit “England here we come”  van de Noormannen uit 1060 niet eens insturen, of die discostamper van Jeanne D’arc, “I’m so hot”?  Of wat  dacht je van “Een ei is geen ei” van het Columbus trio uit 1492? Allemaal wereldhits van het laatste millennium, maar ja, geen clip he? 

Ik had zelf al vrij jong door dat kerst en terugblikken nauw met elkaar verbonden waren. In de donkere dagen voor kerst ’82, ik was toen twaalf, deelden Sint en Piet kerstballen uit in Winkelcentrum de Blauwe Steen, waar overigens George Baker toen nog een platenzaak had, alwaar ik in ’78 mijn eerste lp had gekocht, Plastic Letters van Blondie. Je ziet, ik kan het terugblikken nu al niet laten. Enfin, als klein kereltje van twaalf voelde ik aan dat er iets speciaals met die kerstbal moest gebeuren. Niet dat het zo’n mooie kerstbal was, we hebben het hier over de jaren tachtig, mensen: Reagan, pastelkleurige ribroeken, beenwarmers, en Luv, pure crisis dus. Een glossy kerstbal kon er dus niet af in die tijd. Ik kan me ook herinneren dat ik aanvankelijk nogal teleurgesteld was dat ik geen Star Wars button van de Sint had gekregen, zoals al mijn vriendjes. 

Maar goed, vanaf 1982 heb ik elk jaar in die speciale kerstbal een briefje gestopt met een korte boodschap aan mezelf, of beter gezegd, aan de persoon die ik een jaar later zou zijn. Op een van de eerste briefjes staat zoiets als: “Wat ben ik blij voor je dat je eindelijk van die rotbeugel af bent!” (Ik citeer nu uit mijn hoofd, want de bal mag pas op 25 december weer geopend worden).

Je begrijpt dat ik dit briefje schreef toen die rotbeugel met die ellendige elastiekjes nog stevig op mijn tanden gelijmd zat, maar ik wist dat hij in september van het volgende jaar eraf zou mogen.  Op een briefje uit ’85 onthulde ik een groot geheim: “Ik ben verliefd op Marjolein”. Toen ik dit briefje in ’86 las was het al aan geweest en ondertussen alweer 10 maanden uit, maar toch was het fijn om die kerstvlinders in mijn buik weer even te herinneren. 

Een paar jaar heb ik het ritueel met “mijn” bal geheim weten te houden, maar ik wilde dat speciale moment van het jaarlijkse openen van de bal, al ware het een soort tijdscapsule, toch graag met iemand delen. Eerst met mijn meisje, toen met een of twee broers, en nu is het alweer een ware familietraditie geworden om elk jaar, bij voorkeur op kerstavond, alle oude berichtjes voor te lezen en er per persoon een spreuk in te stoppen. Tegenwoordig is die spreuk meestal een voorspelling voor het volgende jaar. Eerlijk gezegd weet ik niet zeker meer wat ik vorig jaar opgeschreven heb,  maar misschien ging het wel over de komende gezinsuitbreiding. Ik hoop het wel, want als ik weer een voorspelling over het liefdesleven van mijn vrijgezelle broer heb gedaan, is hij dit jaar weer niet uitgekomen. 

Ik wens jullie allemaal een zalig kerstfeest en een spetterend begin van het nieuwe millennium!

Maurice Weel

Op naar de volgende overpeinzing