Valentijnsoverpeinzingen
februari 2000

Midas Dekkers is beroemd. Ik niet. Midas Dekkers verkoopt veel boeken. Midas Dekkers is op tv. Midas Dekkers is op de radio. Ik zit op het Ichthus. Hoe kan dat toch? Ik ben toch net zo leuk als Midas Dekkers? Misschien nog wel leuker. Toch is hij beroemd. En ik niet. Ik heb hier wel een theorie over. 

Ik maak mijn zinnen normaal gesproken veel te lang en daar houdt het grote publiek niet van, tenminste, ik denk dat dat het is want ik was laatst in mijn brugklas een Latijnse constructie aan het uitleggen en ik dacht zelf dat ik het allemaal kort, krachtig en kristalhelder aan het uiteenzetten was, ik voelde wel mijn keel wat droog worden, maar dat heb ik wel vaker, bijvoorbeeld als ik aan het joggen ben, ja want dat doe ik tegenwoordig, drie keer in de week, en daarbij ben ik trouwens al drie keer dezelfde eikel tegen gekomen die tegen me aan begint te schreeuwen van “doe normaal , man, is je fiets gejat of zo” en nog meer van dat soort dingen met zo’n agressieve toon in zijn stem dat ik echt niet anders kan concluderen dan dat hij in zijn jeugd een zwaar traumatische ervaring heeft gehad met een of andere jogger, maar goed, ik jog vrolijk verder, nou ja vrolijk, echt leuk vind ik het niet, maar het schijnt goed voor de conditie en voor de lijn te zijn en ik zeg altijd maar zo mens sana in corpore sano, een gezonde geest in een gezond lichaam, maar dat was niet de Latijnse constructie die ik aan het uitleggen was, dat was weer iets heel anders, maar in ieder geval zei een leerling opeens dat ze er niet zo veel van begrepen hadden, maar dat ik nog wel eens het wereldrecord lange zinnen maken gebroken kon hebben en toen schoot het me te binnen: Midas Dekkers maakt alleen maar korte zinnen!

Dus nu ben ik aan het oefenen. Korte zinnen maken. Hoe korter hoe beter. Dan krijg ik meer succes. En dan snappen mijn leerlingen mij ook beter. Lijkt simpel. Maar als je ook nog iets wilt vertellen valt het niet mee. Ik heb trouwens nog iets ontdekt. Het geheim van Midas zit hem niet alleen in de korte zinnen. Hij heeft het ook heel vaak over poep en pies. Dat vinden de mensen leuk. Men moet al eeuwen lachen om poep en pies. En Midas begrijpt dat. Maar ik nu ook. Toch heb ik nu een probleem. Dit is een valentijnsnummer. Dat moet over liefde gaan. En dat heeft niets met poep en pies te maken. Dan moet ik het daar de volgende schoolkrant maar over hebben. Nu dus vooral concentreren op korte zinnen. Dan maar mijn liefdeslevensverhaal vertellen. Dat komt mooi uit. Want dat is in een paar hele korte zinnen samen te vatten.  

Mijn eerste grote liefde was Juf Marianne. De juf van groep 1. Mijn tweede grote liefde was Debbie Harrie. Van Blondie. Mijn derde grote liefde was Brooke Shields. Na het zien van The Blue Lagoon. Al deze liefdes bleven onbeantwoord. Mijn eerste beantwoorde liefde zat bij me in de brugklas. Maar ik maakte het na een week weer uit. Ik durfde namelijk niet te zoenen. Was bang dat ik niet goed kon mikken. En in haar neus zou happen. Het volgende jaar was ik met een meisje uit de derde. Een oudere vrouw dus. Die nam zelf het initiatief. En zo wist ik opeens wat het was om twee tongen in je mond te hebben. Van haar kreeg ik mijn eerste valentijnskaart. Een dag later maakte ik het uit. Ik voelde me “gevangen”. Wilde weer een vrij man zijn.  

Een jaar later had ik weer een meisje. Na zes weken weer hetzelfde probleem. Ik wilde vrij zijn. Ik heb het haar uitgelegd. Ze begreep me niet. Toen maar een vergelijking gebruikt. Bleek achteraf niet zo tactvol. Ik vergeleek onze verkering met een bril. Een bril kan leuk, stoer of mooi zijn. Maar hij zit altijd op je neus. En je moet er altijd om denken. Je moet altijd voorzichtig zijn met een bril. Je bent nooit helemaal vrij met een bril. Ook al is het nog zo’n mooie bril. Ik vond het een prachtige metafoor. Maar zij kon het niet zo waarderen.  

Weer was ik een jaar brilloos. Toen ontmoette ik een heel mooi meisje. Met haar heb ik wel twee valentijnsdagen gevierd. We keken op een heldere nacht eens naar de maan. In die nacht deed ik een vreselijke ontdekking: Ze dacht dat de halve maan en de volle maan twee verschillende hemellichamen waren. Tegen zo’n klap was onze liefde niet bestand.   

Een tijdje later leerde ik weer een meisje kennen. Van het een kwam het ander. En nu duurt het niet lang meer of ik sta elke dag poep- en piesluiers te verschonen.


Maurice Weel

Op naar de volgende overpeinzing
Terug naar de vorige overpeinzing