Identiteitsoverpeinzingen september 2000

Jullie kennen mij natuurlijk niet anders, en ik ben het nu ook alweer een paar jaar, maar Meester Weel is niet altijd Meester Weel geweest. Het begon al vroeg, dat wel. Toen ik in groep 8 zat, moest ik het hele jaar door elke vrijdag de hele ochtend aan groep 5 lesgeven. Er was toen ook al een lerarentekort, geloof ik. Maar toen heette iemand die op de basisschool les gaf nog gewoon onderwijzer. Tegenwoordig mag elke gek die van de Pabo afkomt zich al leraar noemen. Maar wij, Echte Leraren, hebben daar wat op gevonden: Wij noemen onszelf tegenwoordig Docent. Ja, verschil moet er wezen, nietwaar? Maar goed, ik dwaal af. Al een paar jaar ben ik gewend om als Meester Weel door het leven te gaan, en sinds een half jaar is daar nog Pappa Weel bijgekomen, maar lang daarvoor was ik nog gewoon Leerling Maurice. Ik was eerlijk gezegd alweer bijna vergeten hoe het was om Leerling Maurice te zijn, maar daar is sinds kort verandering in gekomen.  

Sinds het begin van het schooljaar  ben ik namelijk weer gaan studeren. Elke maandag en dinsdag sta ik tegenwoordig dus niet vóór de klas, maar zit ik er zelf weer ín. En ik kan je vertellen, dat is een vreemde gewaarwording. De wereld staat gewoon op zijn kop twee dagen in de week. Als Meester Weel heb ik mijzelf bijvoorbeeld enkele voorrechten toegeëigend, die misschien niet helemaal politiek correct zijn, maar die ik mij toch meen te kunnen veroorloven. Zo deins ik er bijvoorbeeld niet voor terug om af en toe eens de klas binnen te komen met een klein kopje koffie in de hand (ok, misschien is het wel een redelijk grote mok, maar ik vind het wel wat overdreven dat er onder de collega’s al stemmen opgaan om meer koffiegeld op mijn salaris in te houden), maar toen ik dat tijdens de eerste les als Leerling Maurice probeerde, werd ik meteen door de docent de klas uitgebonjourd!  

De volgende les wist ik helemaal weer hoe het was om leerling te zijn. Als docent is het heel eenvoudig om een leerling een beurt te geven. Je stelt een vraag of wijst een opdracht in het boek aan, kijkt op je klassenlijstje en pikt er een naam uit, liefst eentje die je goed kan uitspreken, en klaar is Kees.  Als Meester Weel doe ik het al jaren zo. Ik was alweer vergeten hoe het is om aan de andere kant van dit systeem te zitten, maar nu weet ik het weer helemaal. Ik zal je precies vertellen hoe ik daarachter ben gekomen, maar aan de ene kant omdat ik me over dit hele verhaal een klein beetje schaam, en aan de andere kant omdat jullie misschien zouden kunnen vinden dat ik het nogal vaak over mezelf heb, heb ik mezelf in het volgende stukje heel listig en vernuftig vermomd. Knappe jongen die mij nog weet terug te vinden in wat nu komen gaat: 

Tijdens de tweede les op de universiteit zoekt de docent een vrijwilliger om een stukje tekst onvoorbereid te vertalen. De docent kijkt in het rond, wie zal hij eens een beurt geven. Leerling M probeert hoe dan ook oogcontact met de docent te vermijden want dat is dodelijk op dit moment. Leerling M staart naar beneden en veinst: “Wat een interessant ding eigenlijk, mijn eigen navel, laat ik die maar eens heel goed gaan bestuderen. Als je dat haar even opzij schuift en al dat vastgelopen navelpluis van de laatste jaren er eens uit peutert, zie je daar een heel mooi en elegant lichaamsdeel waar je best trots op mag wezen en af en toe een poosje bij stil mag staan.” De docent heeft nog geen vrijwilliger gevonden. Leerling M is eigenlijk wel uitgekeken op zijn navel, maar moet nog even volhouden. “Met je navel heb je ooit aan je moeder vastgezeten. Dat is niet zomaar wat. Je hebt zelfs 9 maanden door je navel gegeten. Je navel is eigenlijk…“ De docent geeft de beurt aan Leerling X. Leerling M slaakt een zucht van opluchting, durft weer omhoog te kijken en besluit om, als hij woensdag weer Meester W is, al die laffe navelstaarders als eerste een beurt te geven! 

Voor deze gemene gedachte wordt Leerling M door de goden op het volgende college meteen gestraft. Dit vak wordt maar gevolgd door 7 studenten, dus Leerling M krijgt een half uur het woord in de klas. Een half uur met rood hoofd zitten ploeteren op twee Latijnse zinnen, hier en daar een blunder gemaakt waar hij zich nog steeds over schaamt. Eigenlijk wil hij de docent nog steeds opbellen om hem te vertellen dat hij niet zo achterlijk is als hij in die les overkwam, maar dat de koffieautomaat weer eens defect was en de koffiejuf precies vandaag weer eens met een korte staking wilde laten zien dat Zij eigenlijk de belangrijkste persoon is op de hele faculteit en dat al die intellectuelen zich niets hoeven te verbeelden, maar leerling M vreest dat geen enkele smoes hem nog kan reden. 

Nee, het valt niet mee om een leerling te zijn. Meester Weel weet het maar al te goed. Voor mij is er gelukkig één troost: Van woensdag tot en met vrijdag kan ik me gelukkig weer gewoon uitleven als Docent en alle frustraties van de eerste dagen van de week op jullie uitleven. Ik heb de hele herfstvakantie woordjes zitten leren, dus zet jullie maar schrap, luie varkens!


Maurice Weel


Op naar de volgende overpeinzing
Terug naar de vorige overpeinzing