Angstoverpeinzingen

november 2008

Het thema van vandaag is “angst”. Ik zou graag een column willen schrijven die binnen dit thema past, maar het probleem is dat het begrip angst mij volkomen vreemd is.  Ik zou niet wéten wat het is. De meesten van jullie wisten het waarschijnlijk al, maar ik ben een enorme bikkel.

Ik was nog maar een klein Meneer Weeltje toen mijn ouders al doorhadden dat er een buitengewone dosis lef in dat manneke zat.  Ik was totáál niet bang voor al die enge schapen die op mijn wiegje geverfd waren, ik gaf geen krimp als ik die dikbuikbeer in de hoek van m’n kamer zag staan en ik liet mij koelbloedig  in de kinderwagen door de stad rijden.

Op de basisschool waren de juffen enorm onder de indruk van mijn onverschrokkenheid.  Ik deinsde nergens voor terug. De blokkenhoek? Geen probleem. De kleitafel? Kom maar op! De watertafel, ha! Daar láchte ik om!

De middelbare school was natuurlijk een levengevaarlijke tijd, maar ook toen lag ik nergens wakker van. Je kunt het je misschien niet voorstellen maar het is echt waar: M’n eerste zoen deed ik gewoon met m’n ogen dicht!

Eens op een mooie zomerdag lag ik in het gras naar de hemel te staren.  Het ligt niet in mijn aard om gewoon te niksen, dus mijn hersens gingen direct aan het werk. “Hoe snel ga ik op dit moment eigenlijk?” vroeg ik me af. En ik begon te rekenen. De aarde draait met 1800km per uur om haar as, met 108.000 km/u om de zon, met 900000km/u door de melkweg en 1080000 km/u door het universum. Hm, da’s dus ruwweg zo’n twee miljoen kilometer per uur! En wat denk je? Elk normaal mens zou zich direct aan de dichtstbijzijnde boom of lantaarnpaal vastklampen en om hulp schreeuwen bij zo’n duizelingwekkende vaart. Maar ik? Ik bleef gewoon liggen. Het deed me niks.

Toen ik voor het eerst ging vliegen, dacht ik, nee, hóópte ik, dat ik nu eindelijk eens angst zou ervaren. Maar ja, je weet nooit hoe je daarop reageert en om mijn andere reizigers niet nodeloos in paniek te brengen, wilde ik toch maar wat kalmeringstabletjes mee op reis. Dus toen ik de dokter  alles had uitgelegd, zei hij met een strak gezicht: “Vliegangst? Daar heb je toch geen pilletjes voor nodig, koop gewoon een vliegenmepper!” Die dokter toch, een man naar m’n hart, een bikkel onder de bikkels.  Ik heb toch maar van die pilletjes meegenomen en ik slik ze nog steeds elke reis, want ik ben totaal niet bang voor die pillen.

En dan kom ik dus met dat vliegtuig in Rome aan, en dan stort ik mij totaal zonder angst in het verkeer.  Oké, ik geef eerst wel een leerling een duwtje om de voorste rij auto’s te laten stoppen, maar dat doe ik om een beetje karakter te kweken bij die gymnasiastjes. En dan  ga ik de hele week het ene Romeinse gebouw na het andere in. Weet je hoe oud die dingen zijn? Sommige wel meer dan 2000 jaar! Hoe lang kunnen die nog overeind blijven staan, zou je zeggen. Nou, aan al die gebouwen die zijn ingestort te zien, niet zo heel veel langer meer. En toch stap ik zonder vrees naar binnen.

Nog één voorbeeldje dan.  Ik ben laatst naar de Schouwburg geweest om de musical te zien. En ik ben van het begin tot het einde blijven zitten, ondanks alle gevaren die daar op de loer lagen. Neem nou Rusland. Daar gijzelden ze een heel theater. En de reddingsoperatie kostte meer mensenlevens dan die hele gijzeling. En dan China. Daar verpletterde een bezwijkend balkon de halve zaal. Of m’n zoontje dan: hij  moest eens naar de wc terwijl hij in het midden van de rij zat! Van die dingen,  tja, het kan allemaal gebeuren. Of erger nog:  Stel je voor dat ik opeens midden in een gevoelig lied een spontane Gilles de la Tourette- aanval krijg en “GEL*L” of “K*P DICHT” of “BROEK OML**G” ga roepen.  Allemaal gevaren waar het zweet je bij de gedachte al van uitbreekt, maar toch ben ik gewoon gegaan, koen, dapper, en onvervaard.

Kortom, het spijt me dat ik me niet aan het thema kan houden deze keer, het valt soms niet mee om een bikkel te zijn.

Maurice Weel

Op naar de volgende overpeinzing
Terug naar de vorige overpeinzing