Zomeroverpeinzingen
juni 2009



Ah... de zomervakantie.  De vakantie waar we de rest van het jaar naar aftellen.  De Grote Vakantie, een zwart gat dat twee schooljaren scheidt met een schijnbaar eindeloze aaneenrijging van louter ledigheid. Maar helaas,  schijn bedriegt.  Al in 1988 beweerde kosmoloog Stephen Hawking dat zwarte gaten zo zwart nog niet zijn: “black holes ain’t so black”  (a Brief history of Time, 1988) en lang daarvoor waarschuwde Gerard Cox ons al dat zomers sneller om zijn dan je zou verwachten:  “'t Is weer voorbij die mooie zomer. Die zomer die begon zowat in mei.  Ah, je dacht dat er geen einde aan kon komen.  Maar voor je 't weet is heel die zomer alweer lang voorbij. Nanana naa na naa. Na nana nana naa nanaa”(Columbia Broadcasting System inc, 1973).

Toen ik nog op de basisschool zat, leken zomervakanties  wel eeuwen te duren.  Ik  kon niet verder dan 2 dagen vooruit denken, ik hoefde niks,  wilde niks, wist niks of mocht niks, héérlijk! Ik kon me soms dagenlang vervelen en daardoor duurde de vakantie alleen maar langer.

Maar op de middelbare school kwam daar in één klap een eind aan door een paar zeer traumatische ervaringen:  Vakantiebaantjes.

Voorzover ik me kan herinneren, was het m’n eigen idee. Van m’n ouders hoefde het niet eens. Maar ik wilde een muziekinstallatie en daar had ik geld voor nodig. Nu weet ik niet wat jullie allemaal voor vakantiebaantjes hebben of hebben gehad, maar ik ben opgegroeid in West-Friesland, en dat betekent: Het land op of de bollenschuur in. Nu ben ik van nature geen natuurliefhebber, en in de schuur kon je tenminste zitten, dus in de zomervakantie na de brugklas kon je mij vinden in de bollenschuur van Boer Reus.

Bollenpellen, het nut hiervan ontging mij volledig. De prut en losse velletjes van een bloembol afhalen zodat hij later weer netjes in de grond gestopt kon worden? Geen vragen stellen, maar doorwerken, zei ik tegen mezelf, en dat hield ik aardig vol. Een hele dag en een ochtend, om precies te zijn. Toen vond ik het welletjes.

Twee jaar later had ik weer genoeg moed verzameld om een nieuwe poging te wagen. Dit keer ging ik  bollenrapen, dat was voor échte kerels. Met je handen in de klei de hele dag doorbikkelen, een strijd tegen de elementen en moeder aarde. En alles moest snel gebeuren, want de tractor jaagde achter ons aan. Boer Koomen vond mij iets te traag en leerde mij de kneepjes van het bollenrapen: Ik moest  “in de regel” dit en “in de regel”dat en “in de regel” zus en “in de regel” zo. Toen ik hem vroeg wat ik dan in uitzonderingsgevallen moest doen, liep hij met een wegwerpgebaar mijn regel uit. Na de pauze, door ons stoere mannen “schafttijd”genoemd, waarin we dode muizen tussen andermans broodjes pletten en opschepten over hoeveel we gisteravond gezopen hadden, gingen we allemaal de loopgraven weer in en al snel kwam boer Koomen me vragen hoe het ging. Mijn famous last words waren: “Ik word er eigenlijk een beetje gek van” en voor ik het wist zat ik weer op m’n fiets naar huis. Ik moet nog steeds mijn geld krijgen voor die 4 gestolen uren van mijn leven

!Vanf dat moment had  ik het gehád met vakantiebaantjes. Dan maar geen geld. Later heb je tijd zat om geld te verdienen, eindeloze zomervakanties heb je maar een paar jaar. Dus vergeet die nieuwe scooter, denk niet aan een nieuwe ipod, laat die vakantie met vrienden op Salou maar zitten en geniet gewoon zo lang mogelijk van het heerlijke niets! Zeg maar tegen je ouders dat het van Meneer Weel mag, want de kans is behoorlijk  groot dat we vanaf volgend jaar nog maar 5 weken zomervakantie hebben en dan is dat zwarte gat alweer een stuk kleiner geworden!Maurice Weel

Maurice Weel


Terug naar de vorige overpeinzing
Op naar de volgende overpeinzing