Zondagoverpeinzingen
oktober 2010

Mijn dochter Rosa zit op een kerkkoor. Dat het een kerkkoor was, daar ben ik onlangs pas achter gekomen. Ik dacht dat het een gewoon kinderkoor was, maar voortaan moet ik toch maar met meer dan een half oor naar de verhalen van m'n kinderen luisteren als ik ze van school haal. Een kerkkoor dus. Nu heb ik niets tegen kerkkoren. Integendeel, m'n eigen moedertje was jarenlang een karaktervolle alt in de kerk bij ons om de hoek, en ook al ging ik sinds mijn 10e niet vaak meer naar de kerk, met kerstmis was de hele familie nog jarenlang van de partij om mijn moeder te horen optreden. De kerk was dan afgeladen vol en je moest op tijd zijn om een zitplaats veilig te stellen.

Puur jeugdsentiment dus, toen Rosa voor het eerst moest zingen in "haar" kerk. Het was een gezinsviering, dus ik verwachtte een grote opkomst. Maar het koor moest toch een half uur van tevoren aanwezig zijn, dus ik was zeker van een goed plekje. Mijn zoon Mink ging mee, hij wilde z'n grote zus wel eens publiekelijk horen zingen en het was tenslotte een gezinsviering. 

We waren de eersten in de kerk. We gingen helemaal vooraan zitten om Rosa goed te kunnen zien en natuurlijk filmen. De pastoor was een soundcheck aan het doen met de microfoons en knikte enthousiast naar ons. Terwijl de overige kerkgangers kwamen binnendruppelen, wees ik Mink op wat beelden die zijn wijze papa kon identificeren, wat symbolen die zijn knappe papa kon duiden en wat Latijnse inscripties die zijn geleerde papa kon vertalen.

De mis ging beginnen. Ik draaide me om en keek hoe druk het inmiddels was geworden bij deze gezinsviering: 15 bejaarden, 7 leeftijdsgenoten en 2 kinderen. Als dit een gezinsviering was, was ik erg benieuwd naar de opkomst en gemiddelde leeftijd van een normale zondagsviering. Nu begreep ik ook de enthousiaste knik van de pastoor van een half uur terug een stuk beter: met Mink en mij erbij was zijn kerk opeens 10% meer gevuld!

Na wat standaard lezingen en enthousiaste liedjes van het achtkoppige koor was het tijd voor de preek, de toespraak van de pastoor. Hij vertelde, terwijl hij maar vriendelijk naar me bleef glimlachen en knikken, dat hij naar de duinen was gegaan om de paarden daar een suikerklontje te geven, maar elke keer als hij een paard er eentje wilde geven, ging een grote stoere hengst voor hem staan om hem tegen te houden. Volgens de pastoor was dit symbolisch voor ons egocentrische ik-tijdperk. Maar toen stond er opeens iemand in de kerk op en riep: "Maar het is heel gevaarlijk om die paarden suikerklontjes te geven!" De pastoor knikte nu meer beteuterd dan glimlachend naar me, maar er stond nog iemand op en die riep: "Die grote hengst probeerde die andere paarden juist te beschermen tegen die schadelijke suikerklontje van u!" De arme pastoor zag zijn hele preek in rook opgaan.

Alle kinderen mochten vervolgens naar voren komen om bij het altaar het "onze-vader" te bidden. "Alle kinderen" betekende in dit geval dus Mink en nog één arme ziel. Niet doorvertellen, maar wij bidden niet aan tafel, dus Mink kent het hele onze-vader niet, maar die blik van pure paniek toen hij daar bij het altaar dat gebed stond te playbacken, was hartverscheurend. Gedurende de hele kerkdienst waarin Rosa natuurlijk de sterren van de hemel zong, moest hij nog 3 keer naar voren: voor een liedje, voor een potje met een mosterdzaadje en voor de communie. In plaats van die hostie in één keer in zijn mond te doen, liep hij al knabbelend en bitter kijkend terug naar zijn kerkbankje. Toen ik hem uitlegde dat hij dankzij transsubstantiatie het "Lichaam van Christus" aan het eten was, moest ik hem helemáál met de grootste moeite overhalen het nog door te slikken.

Bij het verlaten van de kerk was ik aan de beurt. De pastoor gaf iedereen een hand en maakte een praatje bij de deur . Mij gaf hij ook een hand, maar geen praatje, hij knikte alleen weer vriendelijk glimlachend. Buiten stond ik nog even met de moeder van een koorlid te praten, een lieftallige Poolse dame. Komt de pastoor naast ons staan, tikt haar met zijn elleboog aan, knikt naar mij en zegt tegen haar: Heb je familie uit Polen te gast dit weekend?

Terug naar de vorige overpeinzing
Op naar de volgende overpeinzing